Casus 

Een voormalig asielzoeker (cliënt) ontvangt een bijstandsuitkering. Zijn vrouw verblijft in Soedan. In principe heeft hij recht op de alleenstaandennorm. Immers, hij woont in Nederland alleen in zijn woning. Hij heeft echter een partner, die in het buitenland verblijft. Hij doet pogingen om zijn partner naar Nederland te halen. Zowel bij de aanvraag als in bezwaar wordt dat door de IND geweigerd. Op dit moment loopt die zaak in beroep bij de Rechtbank.

Artikel 24 Participatiewet

In artikel 24 Participatiewet is geregeld dat een bijstandsgerechtigde de helft van de gehuwdennorm krijgt wanneer hij een niet-rechthebbende partner heeft. Dit is met name bedoeld voor het verblijf van een partner in Nederland zonder papieren. Of een partner die gedetineerd is. Anders zou de werking van andere wetten, zoals de Koppelingswet, gematigd worden. Immers, Nederland wil niet dat indirect bijstand verleend wordt voor iemand die illegaal is of in de gevangenis zit. Naar mijn mening is dit nooit bedoeld voor de situatie dat de partner in het buitenland verblijft, nooit in Nederland geweest is en Nederland de komst van die partner ook weigert. De wetsgeschiedenis biedt ook geen steun voor het standpunt van HalteWerk.

Bijstandsnorm

De bijstandsnorm is het absolute minimum, zoals de Centrale Raad van Beroep recent ook nog oordeelde. Het is dan ook merkwaardig dat een alleenstaande asielzoeker, die geen kosten kan delen en een partner heeft die in het andere land ook een eigen huishouding heeft, met ruim € 200,00 per maand minder uit zou kunnen komen. En dat alleen vanwege het feit dat hij de euvele moed had, voordat zijn vlucht uit Eritrea aan de orde was, te trouwen.

Beleidswijziging

In het verleden kreeg een dergelijke man de helft van de gehuwdennorm. Sinds enige tijd heeft HalteWerk, die de Particiaptiewet voor een aantal gemeenten uitvoert, haar beleid gewijzigd. In 2017 heb ik, in de hoedanigheid als advocaat, alleen al vijf van dit soort zaken in behandeling

Belangrijke uitspraak

In december 2017 werd de eerste zaak door de Sectie Bestuursrecht van de Rechtbank Noord-Holland beslist (door de Meervoudige Kamer). Op 18 januari 2018 kreeg de bijstandsgerechtigde van de Rechtbank gelijk. De Rechtbank vindt dat er geen grond is om aan te nemen dat deze man met een lagere uitkering zou moeten doen dan andere mensen, die hun kosten ook niet kunnen delen. De gemeente Alkmaar heeft al aangegeven dat, naar aanleiding van deze uitspraak van de rechtbank, men mij ook in zaak twee gelijk zal geven. Dit is dus een belangrijke, principiële uitspraak.

 

Arno van Deuzen