Wat is de naam van uw onderaannemer en waar is het lidmaatschapsbewijs?

Aanbestedende diensten stellen regelmatig geschiktheidseisen bij aanbestedingsprocedures. Daarmee wordt beoogd de juiste contractspartij te kunnen kiezen voor de uitvoering van de opdracht. In de praktijk komt het regelmatig voor dat een hoofdaannemer een derde inschakelt om aan de gestelde geschiktheidseisen te kunnen voldoen.

UEA en de Aanbestedingswet 2012

Met het invullen van  het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) geeft een hoofdaannemer aan of hij aan de gestelde geschiktheidseisen/technische specificatie  (artikel 2:84 lid 1 sub b en c Aanbestedingswet 2012) voldoet. Het uitgangspunt is dat de eigen verklaring alleen dient te worden ingevuld en ingediend. Bewijsstukken komen later, uitzondering, gegevens die betrekking hebben op technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid (artikel 2:85 lid 3 Aanbestedingswet 2012).

In het UEA deel III sub D wordt de vraag gesteld of een hoofdaannemer beroep doet op een derde. Die vraag kan met een ja of een neen worden ingevuld. Als die vraag met een ja wordt beatwoord, moet de hoofdaannemer ook direct noemen wie zijn onderaannemer is (UEF deel III sub D). Stel dat een aanbestedende dienst in essentie de volgend eis stelt: een schrijver moet een kopie van het bewijs van lidmaatschap indienen, dat is afgegeven door de Stichting Waarborgfonds Koopwoningen (SWK), Woningborg of gelijkwaardig.

Als de hoofdaannemer niet over dit bewijs beschikt en gebruik maakt van een onderaannemer die wel over het bewijs/lidmaatschap beschikt: mag de hoofdaannemer met de UEA,  in essentie antwoorden dat hij, a) een onderaannemer inschakelt , en b)  zonder verder de naam van de onderaannemer noemen en het bewijsstuk te dienen?

Deze twee vragen (a en b) stonden centraal in het kort geding tussen de projectontwikkelaar Realisatie B.V., gemeente Hilversum en Burgtbouw B.V.[1]

Recent vonnis in kort geding

De gemeente Hilversum (de gemeente) had voor de ontwikkeling van bouwveld 3.1 en 3.5 in het ontwikkelingsgebied Anna’s Hoeve te Hilversum, een Europese openbare aanbestedingsprocedure uitgeschreven. De gemeente wilde zowel voor bouwveld 3.1 als bouwveld 3.5 een contract sluiten met een projectontwikkelaar.

De geschiktheidseis luidde: een bewijs van lidmaatschap van Stichting Waarborgfonds Koopwoningen (SWK), Woningborg of gelijkwaardig, dient te worden ingediend, dus bij inschrijving. Realisatie B.V was een van de inschrijvers en diende een inschrijving in.

In het UEA (deel III sub D ) heeft Realisatie B.V een ja ingevuld, dus er wordt gebruik gemaakt van een onderaannemer om aan de eis SWK-lidmaatschap te kunnen voldoen.

Bij de toelichting gaf  Realisatie B.V. aan dat de nader te benoemen onderaannemer/derde, over de vereiste inschrijving zal/dient te beschikken. De gemeente heeft de inschrijving van Realisatie ongeldig verklaard, omdat  laatstgenoemde niet aan de gestelde eis heeft voldaan.

In de aanbestedingsstukken stond overigens vermeld dat de gemeente Hilversum de mogelijkheid heeft om de inschrijver uit te sluiten en is daartoe niet verplicht, aldus de aanbestedingsstukken. Kortom, de aanbestedende dienst creëert op deze manier vrijheid om per geval te beoordelen of de inschrijving al dan niet geldig is.

Ten aanzien van bouwveld 3.5 was de gemeente voornemens opdracht te gunnen aan Burgtbouw B.V. en daar tegen werd in kort geding gedebatteerd. Immers Realisatie B.V.               was niet eens met de voorgenomen gunning (bouwveld 3.5).

Argument van de hoofdaannemer

Realisatie B.V stelde onder meer dat hij conform de UEA deel III sub D, later de naam van de aannemer zal aangeven en de SWK-inschrijving zal indienen.

Dit argument werd gepasseerd door de rechter in kort geding. A); omdat Realisatie B.V, geen naam van de onderaannemer in de UEA had vermeld, en b): het lidmaatschap niet bij inschrijving had ingediend. De gemeente had ook de vrijheid om Realisatie B.V.  ‘de fout’ te  laten herstellen. Die vrijheid heeft de gemeente terecht niet benut, aldus de rechter,  want dat zou oneerlijk zijn tegenover de andere inschrijvers. Het zou gewoon wijziging van inschrijving zijn en dat mocht niet.

 

Conclusie

De conclusie is dat er dus bij een dergelijke aanbesteding, in de UAE de naam van de onderaannemer vermeld moet worden, inschrijvers/hoofdaannemers moeten daarop bedacht zijn. Als een hoofdaannemer beroep doet op de geschiktheid van een derde en de aanbesteder om een bewijsstuk bij inschrijving vraagt,  moet hij dat bewijsstuk gewoon bij inschrijving meteen indienen. Anders is de inschrijving gewoon ongeldig.

 

Kwaku Afriyieh, advocaat gespecialiseerd in het aanbestedingsrecht.

 

[1] Rechtbank Amsterdam, datum publicatie 02 januari 2017, zaaknummer : 617672 / KG ZA 16-1274 AB/TF