Advocaat heeft moeite hoofd boven water te houden: ‘Er moet geld bij’

Dit is een bewerking van het artikel dat op maandag 19/03/2018 in ‘De Volkskrant’ verscheen, naar aanleiding  van de ingezonden brief van Arno van Deuzen. Zie link: https://www.volkskrant.nl/opinie/advocaat-heeft-moeite-hoofd-boven-water-te-houden-er-moet-geld-bij~a4582149/

In het artikel ‘Gedragscode van advocaten bemoeilijkt prijsvergelijking'(Economie, 15 maart) wordt gesteld dat de advocaten (te) duur zijn. Een oud en wijdverbreid misverstand, stelt Arno van Deuzen.

Een groot deel van de mensen (zo’n 40 procent) komt in aanmerking voor gefinancierde rechtshulp. Men betaalt dan een eigen bijdrage aan de advocaat. De eigen bijdrage ligt tussen de 143 en 770 euro. Daarmee wordt de hele rechtszaak gevoerd.

Heeft men een inkomen/vermogen boven de toevoegingsgrens (voor het inkomen geldt een grens van 38.000 euro voor gezinnen en 26.900 euro bruto voor alleenstaanden. De vermogensgrens is respectievelijk 50.000 euro en 25.000 euro ), dan moet men de kosten van de advocaat geheel zelf betalen. Daarbij geldt op mijn kantoor een uurtarief tussen de 150 en 200 euro (al jaren niet verhoogd). Ook is het mogelijk een prijsafspraak te maken (fixed price). In dat geval weet de cliënt exact waar hij (financieel) aan toe is.

Tarieven van 300 à 400 euro per uur komen alleen voor bij de grote, commerciële kantoren en dan nog alleen voor zakelijke relaties.

Er moet geld bij!

Van de vergoeding/het uurtarief moeten nog alle kosten (pand, bibliotheek, personeel, verzekeringen et cetera) af. Tel daarbij op dat de vergoeding voor sociaal advocaten al sinds een jaar of vijf bevroren is. Dat betekent dan ook, dat wij tegen het prijspeil van 2013 betaald worden, terwijl de kosten wel gestegen zijn.

Het is dan ook voor veel (sociaal) advocaten moeilijk het hoofd boven water te houden. De laatste jaren hebben zich al diverse onafhankelijke commissies over de kosten van de sociale rechtshulp gebogen. Alle commissies komen tot dezelfde conclusie: er moet geld bij! Minister Dekker wil echter ‘nader onderzoek’ laten verrichten (zie recent interview in ‘De Volkskrant’), maar de vraag is welk onderzoek? Alles is al onderzocht en iedere keer komt er diezelfde conclusie uit. De vergoeding voor de (sociaal) advocaat is niet meer van deze tijd en het wordt bijna onmogelijk nog een fatsoenlijk inkomen te verdienen.

In de pers leest men ook wel eens dat de kosten voor de gefinancierde rechtshulp stijgen. Is dat echter wel zo? Uit onderzoek blijkt dat deze kosten de laatste jaren niet of nauwelijks stijgen (zulks in tegenstelling tot de kosten voor de landsadvocaat, met dat stijgingspercentage zou iedere sociaal advocaat tevreden zijn). Daarnaast is het zo dat de proceskostenvergoedingen (die de wederpartij moet betalen) van mijn vergoeding worden afgetrokken. In de opgegeven kosten van de gefinancierde rechtshulp trekt de Raad voor Rechtsbijstand deze bedragen echter niet af.                              Zo ontstaat er een (zwaar) vertekend beeld. Persoonlijk haal ik meer dan 20.000 euro aan proceskostenvergoedingen per jaar binnen. Uitgaan van een zeer conservatieve schatting van 500 advocaten die dat ook doen kom ik al uit op een bedrag van 10 miljoen euro.

Zou men dat bedrag van de kosten aftrekken, dan komt men al op een veel lager bedrag aan kosten voor de gefinancierde rechtshulp uit.

Zonder een sociaal advocaat, die ook veel procedures tegen de overheid (ministeries, UWV, gemeenten, SVB, Belastingdienst, afd. toeslagen etc. etc.) voert wegens slechte wetgeving, dan wel slechte uitvoering daarvan, zou de rechtsbescherming van de sociaal-economisch zwakkere er slecht uitzien. Alle partijen, waaronder de VVD, stelt dat bescherming van de zwakkere een elementair onderdeel is van de rechtsstaat. Bescherming van die rechtsstaat betekent dan ook instandhouding van de sociale advocatuur. Dit kost geld, zoals alle Commissies aangetoond hebben. Nu nog de politiek die dat mogelijk maakt.

Arno van Deuzen